Grietje — "de dame met de rozen"
1934–2023 · Leeuwarden

Rozentuin bij dageraad — illustratief composiet (EDITORIAL)
Elke ochtend om zeven uur, ook als het vroor, liep ze naar de tuin. Niet om te werken — om te kijken. Naar wat er de nacht was veranderd. Naar welk roosje zijn kop durfde op te steken. Haar buren kenden haar als degene die altijd buiten stond als zij naar hun werk reden.
Levensportret
Jeugd in Friesland
Ze groeide op in een gezin van vijf kinderen, vierde van links op de schoolfoto die nog steeds aan de wand hangt bij haar dochter. Haar moeder had haar de namen van de wilde bloemen geleerd voordat ze kon lezen. Die namen — boterbloem, koekoeksbloem, ridderspoor — vergat ze nooit meer.
Het jaar van de brieven
Haar man werkte drie jaar op een baggerschip in Rotterdam. Ze schreven elkaar elke week. Honderdachtentachtig brieven heen en terug, bewaard in een kartonnen schoenendoos. Nooit weggegooid.
“Ik hoef je gezicht niet te zien om te weten wat je denkt. Ik ken je woorden.”
Uit een brief, datum onbekend
De rozentuin
In 1963 plantte ze de eerste roos aan de achterkant van het huis. Vijftig jaar later had ze negentien soorten. Ze hield bij welke het vroegst bloeide, welke de strengste winters overleefde, en welke ze had meegenomen als stek van haar moeder. Ze noemde ze bij naam.
Het laatste decennium
Toen haar man overleed bleef ze in het huis. De tuin was nu van haar alleen. Ze snoerde in september, begroef tulpenbollen in november en haalde de eerste narcis binnen in februari voor op het aanrecht. Ze at altijd alleen, maar de tafel dekte ze voor twee.
Beelden

Wat anderen zeggen
“Als ik terugden aan haar zie ik altijd die tuin. En die geur. En hoe ze je aankeek alsof je het enige was wat telde.”
— Dochter
“Ze zei altijd: planten lieg je niet voor. Die voelen het als je niet oplet.”
— Kleindochter
Wilt u het levensverhaal van iemand die u dierbaar was vastleggen?
Begin een Levensgesprek